Op de drempel van de postmoderne markteconomie
Mooi hè, die documentairereeks The Corporation bij de kleinste omroep met de grootste ballen van Nederland. Wel een beetje laat op de avond, die documentaire, maar goed, het is er. Het wordt gezegd.
Toch is niet alles dat The Corporation naar voren brengt ‘waar’, zover je al van een objectieve waarheid kan spreken bij zulke onderwerpen. Zo wordt de invloed van bedrijven in vroeger tijden gebagatelliseerd ten opzichte van de macht die ze vandaag op de samenleving uitoefenen. Niet helemaal waar natuurlijk. Het nieuwe, moderne kapitalisme met haar industrialisatie zoog de plattelandsbevolking naar de steden. Al vanaf de tweede helft van de 19de eeuw. De arbeid- en leefomstandigheden leidden ertoe dat de theorieën van antikapitalistische denkers als Karl Marx en Vladimir Iljitsj Oeljanov (Lenin) ook daadwerkelijk hout sneden. Me dunkt dat het fenomeen ‘bedrijven’ destijds veel invloed had, op de mensen zelf én op de koers van de samenleving. Zelfs ‘goede’ industriëlen, als Philips in Eindhoven en Van Melle Suikerwaren (het suikeroompje van Breda) hoedden als een patroon, als een pater familias, over mens en omgeving.
Ja, vandaag de dag zijn we veelgebruikers geworden van spullen die we welbeschouwd niet nodig hebben. Maar goed, waar trek je de grens? Wanneer heb je iets wel en wanneer heb je iets niet nodig? Bovendien verdienen we aan zaken die we gebruiken, allemaal. Van de producent en zijn/haar werknemer, via de douaneambtenaar die het inklaart tot en met de winkelier waar jij het van koopt. En iedereen die daartussen zit. Al die mensen…vrijwel al die mensen, willen volgend jaar op deze dag het beter hebben dan vandaag. En dit: jaar in, jaar uit. Dat zit nu eenmaal in de aard van het beessie, ons Homo Sapiens Sapiens. Anders waren we niet de soort geworden die wij nu zijn.
Maar wat dan, zou je je af kunnen vragen. Hoe kunnen we de uitputtingslag stoppen die we plegen op moeder Aarde?
Het aardige is nu dat markteconomie én de documentairemakers van The Corporation eigenlijk zelf het antwoord geven. Een van de peilers van het betoog van laatstgenoemden is dat wij onbewuste consumenten zijn. Willoos maar gretig volgen wij de trends die bedrijven aan ons opdringen. Maar zijn wij wel zo onbewust bezig?
Nou… we zijn prijsbewust, we zijn kwaliteitsbewust, we weten bij welke winkel we de ‘benodigde’ spullen kunnen kopen. Of dat interesseert ons niet, maar ook dat is bewust. Kortom, best bewust allemaal. Alleen betreft het dat ene product dat we denken nodig te hebben. Maar stel je nou eens voor dat een deel van de opbrengst van dat ene product, jouw geld, naar een goed doel gaat… Een doel dat ook jij belangrijk vindt. Daarom koop je dát product, van dié fabrikant – en niet van de concurrent. Kijk, dan krijgt bewust koopgedrag er een dimensie bij.
Het kan als…. als maar de prijs, de kwaliteit en de beschikbaarheid gelijk zijn aan vergelijkbare spullen van de concurrent. Laat nu net diezelfde vrije markt ervoor gezorgd hebben dat iedereen ongeveer dezelfde spullen tegen dezelfde prijs en kwaliteit kan maken. Neem auto’s, er worden geen slechte auto’s meer gemaakt. Nauwelijks 20 jaar geleden roestte een Alfa al in de folder.
‘Ja ho, en bedrijven dan? Waarom zouden zij een deel van de opbrengst naar een doel brengen dat niets met hen heeft te maken?’ Wel, in de eerste plaats is het natuurlijk een doel dat zij óók belangrijk vinden. Ze identificeren zich ermee. Ook goed voor de interne communicatie. “Hier staan wij met z’n allen voor.” En ze trekken er klanten mee. Vergelijk het met geld dat zij nu uitgeven aan reclame. Dat is niet gering tegenwoordig; oplopend tot zo’n kwart van de opbrengst.
Slimme bedrijven zullen innovatieve doelen kiezen (lees ook: en aan hun klanten voorstellen). Doelen die ook nog eens wat opleveren in de toekomst. Bijvoorbeeld: zero-emissiefilters, nieuwe bouwtechnieken en –materialen, gewasveredeling al dan niet met dna-recombinatietechnieken (debat!) noem-maar-op…
Op hun beurt zullen slimme consumentencommunities, virtueel georganiseerd en wel, druk gaan uitoefenen om de doelen van hun keuze gerealiseerd te krijgen.
De markteconomie, van nu en straks. Het zit ‘m in het woordje bewust. Kijk naar de mensen om je heen. Zoals The Corporation betoogt laten velen zich inderdaad (ver)leiden, maar schapen zijn ze/we niet toch?
Wij zijn nu inderdaad afhankelijk van bedrijven en opgedrongen life styles. Maar neem eens afstand en beschouw van wie bedrijven op hun beurt weer afhankelijk zijn. Inderdaad koning klant. Neem alle koningen bij elkaar en je draait de macht om. Markteconomie is een gezelschapspel waar we 6.000 jaar geleden mee begonnen zijn. De meerderheid bepaalt. Consuminderen zit er helaas niet in. We moeten vooruit met het verfijnen en innoveren van de spelregels. Het kan en het zal. De afgelopen 150 jaar was het aan bedrijven voorbehouden om te communiceren. Met het internet en de toegenomen traditionele media – waardoor relatief de prijzen zijn gedaald – is communicatie ook binnen handbereik van bewuste consumenten. Eén vonk is genoeg. Zal die eerste explosie voldoende kritische massa krijgen, dan krijgt dit navolging. Zoals succes altijd navolging krijgt met iets aangepaste doelen en doelgroepen. De postmoderne markteconomie is begonnen.




Ontvang wekelijks de nieuwsbrief in je mailbox.