1. Projecten
-
Bedenk eerst wat voor soort werk je wilt doen. Van koken in een weeshuis tot het opleiden van operatie-assistenten; (bijna) alles is mogelijk. Welke regio spreekt je aan? En met welke doelgroep wil je werken? Vrouwen, kinderen, boeren of heb je altijd al in een natuurpark aan de slag gewild? En wat ook belangrijk is: wat zijn je kwaliteiten en waar heb je ervaring mee? Het is een goed idee om de werkzaamheden hierop aan te laten sluiten. Kijk op www.linkis.nl en op de website van NoBorders voor projecten van verschillende organisaties in de hele wereld. Ook ontwikkelingssamenwerking.startpagina.nl en vrijwilligerswerk-buitenland.startpagina.nl zijn een goede start voor je zoektocht naar een passend project. Op de websites van de organisaties SNV en VSO vind je ook projecten. Op www.OneWorld.nl vind je vacatures voor (on)betaald werk.
Start je zelf een project? Dan kun je hulp vragen bij een van de organisaties die bij Linkis zijn aangesloten.
2. Fondsenwerving
-
Als je van plan bent zelf een project te starten, kun je om financiële steun vragen bij verschillende organisaties. Je kunt een subsidieaanvraag indienen op www.linkis.nl. Hieraan zijn meerdere organisaties verbonden die ontwikkelingsprojecten subsidiëren, namelijk Cordaid, Impulsis, Oxfam Novib, Hivos, Plan Nederland en de NCDO. Je kunt op deze website bepalen bij welke organisatie je jouw aanvraag het beste kunt indienen en je kunt dit ook gelijk doen. Kijk ook op de website van Xplore, het subsidieprogramma voor jongeren van 12 tot 30 jaar. Zorg ook voor een lokale bijdrage in de vorm van geld of mensen. En informeer je achterban en anderen over je project. Hiermee kun je tegelijkertijd fondsen werven en de lokale bevolking laten weten waar je mee bezig bent. Dit is voor subsidieverlenende organisaties vaak een pre. Ook kun je zelf sponsors werven, bijvoorbeeld in het bedrijfsleven. In ruil voor hun gift kun je het logo of de banner van het bedrijf voeren op jouw website of weblog.
3. Geldzaken
-
Ook als je geen eigen project start, moet je natuurlijk aan geld denken. Voor vrijwilligerswerk krijg je niet betaald. Je zult dus een goed gevulde spaarrekening moeten hebben. Ook al krijg je vaak (maar niet altijd!) kost en inwoning bij de organisatie waar je werkt, je moet ook je ticket, reisuitrusting, en extraatjes betalen. Je zult op je schaarse vrije dagen misschien wel een uitstapje willen maken naar een mooie bezienswaardigheid. Hiervoor heb je natuurlijk ook zakgeld nodig. Ook is het van belang voor het aanvragen van een visum dat je kunt bewijzen dat je jezelf kunt onderhouden in het land waar je naartoe gaat (zie punt 5: Papieren). Daarnaast wordt vaak een bijdrage gevraagd van de deelnemers aan de projecten.
Ben je student die voor stage in het buitenland ontwikkelingswerk gaat verrichten, denk er dan ook aan je studiefinanciering aan te passen en kijk of er andere mogelijkheden zijn om een beurs aan te vragen. Kijk hiervoor op de website van de IB -Groep.
4. Land
-
Win informatie in over het land van bestemming. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken geeft belangrijke reisadviezen. Kijk ook eens naar andere ontwikkelingsprojecten in het land waar je naartoe gaat. Misschien is het leuk om daar eens een kijkje te nemen of in contact te komen met andere ontwikkelingshulpverleners uit Nederland. Verdiep je daarnaast in de lokale gebruiken van het land. En bekijk ook goed de ligging van de regio waarin jij werkzaam zal zijn: het is goed om te weten hoe dicht je bij een stad in de buurt zit, of je in de omgeving etenswaren kunt kopen enzovoort.
5. Papieren
-
De ambassade of het consulaat van het land waar je naartoe gaat kan je alles over de benodigde papieren vertellen. Voor sommige landen heb je een visum nodig en check altijd – ook voor vrijwilligerswerk – of een werkvergunning verplicht is. Als je een visum aanvraagt moet je kunnen bewijzen dat je jezelf kunt onderhouden in het land waar je zult verblijven. Hiervoor dien je een bepaald bedrag op je spaarrekening te hebben of iemand die voor je garant staat. Dien je aanvraag tijdig in, want het kan weken duren voordat je je papiertje hebt. Dat kan bij de ambassade van het land waar je naartoe gaat. Wil je buiten de Europese Unie auto rijden, dan heb je een internationaal rijbewijs nodig. Dat kan je aanvragen bij de ANWB. Denk ook aan je paspoort. Dat moet soms tot een half jaar na terugkeer geldig zijn.
Het is een goed idee om van al deze documenten kopieën te maken om los van de originelen te bewaren. Geef ook een overzicht met alle belangrijke gegevens aan een thuisblijver voor het geval je iets verliest.
6. Gezondheid
-
Check altijd ruim van tevoren (minimaal 3 maanden) of je bepaalde inentingen nodig hebt. Neem hiervoor contact op met de GGD. Kijk op www.ggd.nl voor de dichtstbijzijnde vestiging. Bedenk ook dat in sommige landen HIV/AIDS veelvuldig voorkomt. Bereid je voor op hoe je hiermee om moet gaan. Behandel geinfecteerden niet anders, maar pas wel op met (open) wonden en doe altijd aan safe sex.
Als je medicijnen gebruikt, neem dan een ruime voorraad mee uit Nederland. Het is niet eenvoudig om in ontwikkelingslanden aan de juiste medicijnen te komen..
7. Verzekeringen
-
Helaas garandeert een zorgvuldige voorbereiding geen vlekkeloze reis. Sluit daarom goede verzekeringen af. Een ziektekostenverzekering (met werelddekking) en een degelijke reisverzekering (voor je camera, laptop e.d.) zijn niet goedkoop, maar een absolute must. Laat je goed informeren, leg verschillende verzekeringen naast elkaar en zoek er een uit die bij jouw situatie past. Ga je korter dan 3 maanden weg, of ben je student op onbetaalde stage, dan blijf je voor je ziektekosten verplicht in de Nederlandse basisverzekering.
8. Reis
-
Plan je reis tot in detail! Koop je ticket op tijd (zeker twee maanden voor vertrek), want het aantal goedkope tickets is beperkt. Houd er verder rekening mee dat als de data voor de heen- en terugreis maanden uit elkaar liggen het ticket meestal een stuk duurder is dan voor een korte vakantievlucht. Als je een enkele reis koopt, denk er dan wel aan tijdig je eventuele terugreis te regelen. Maak in het land van bestemming gebruik van lokaal vervoer. Dat is een uitgelezen kans om kennis te maken met de bevolking. Let hierbij wel op de reisadviezen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (www.minbuza.nl), want in sommige landen is reizen met het openbaar vervoer voor een buitenlander niet veilig.
9. Contact met het thuisfront
-
Maak van tevoren afspraken met het thuisfront over hoe vaak en wanneer je contact opneemt. Hiermee voorkom je dat men ongerust wordt als je een tijdje niets van je laat horen. In veel gevallen heb je niet altijd de beschikking over een internet- en/of telefoonverbinding. Daarnaast zul je niet altijd tijd hebben om uitgebreid te mailen naar al je vrienden en kennissen. Daarom is het handig om een weblog aan te maken waarop je al je belevenissen deelt met iedereen die er maar in geïnteresseerd is. Bijvoorbeeld op waarbenjij.nu. Als je een eigen project opstart, maak dan een eigen website! Dit is goed voor fondsenwerving en geeft naamsbekendheid aan je project.
10. Geestelijke voorbereiding
-
Als alle praktische zaken geregeld zijn is het tijd om je ook geestelijk goed voor te bereiden. Bedenk van tevoren goed waar je aan begint; ontwikkelingshulpverleners krijgen vaak te maken met getraumatiseerde mensen, slechte leef- en werkomstandigheden, stress en weinig slaap. Ook een cultuurshock is niet ondenkbaar. Laat je daarom goed voorlichten door ervaren mensen. Kijk eens op de website van het Institute of Cultural Affairs, www.ica.nl. Zij bieden trainingen aan om vrijwilligers voor te bereiden en bemiddelen ook nog eens bij het vinden van een plek bij een geschikt project. Ook kun je op verschillende fora praten met ervaren ontwikkelingshulpmedewerkers. Bij het project waarvan je deel gaat uitmaken kunnen ze je wellicht vertellen of er nog meer Nederlanders werkzaam zijn geweest en kun je proberen daarmee in contact komen. De ervaringen van anderen geven vaak een realistisch beeld van de situatie waar je mee te maken zult krijgen.