Programma'sNieuwsJuist NUOver LLiNKWord Lid

De Franse overzeese gebieden
De Crozeteilanden, de Kerguelen en Amsterdam eiland behoren tot de Franse overzeese gebieden. In totaal wonen op deze eilanden zo’n 120 mensen die er gemiddeld een jaar blijven. De meeste daarvan zijn Franse militairen die er logistieke taken vervullen, maar er wonen ook wetenschappers. Gemiddeld vaart de Marion Dufresne om de drie maanden naar de eilanden. Er wordt dan een nieuwe voorraad voedsel en materieel afgeleverd, maar er worden ook bewoners opgehaald en nieuwe bewoners afgezet. Regelmatig neemt het schip dan een beperkt aantal toeristen mee. Lukt het je om aan boord te komen dan staat je een reis te wachten naar een paar van de meest afgelegen natuurgebieden op aarde én een kijkje achter de schermen van het leven op een onderzoeksbasis. Maar het grootste deel van de tijd breng je toch door aan boord van de Marion Dufresne.

Het weer
Voor het weer hoef je niet naar de Kerguelen te reizen. Het is er namelijk guur, en er raast een constante wind die een snelheid van wel 150 kilometer per uur kan bereiken! De kerk op het eiland heeft dan ook heel toepasselijk de naam Notre Dame du Vent gekregen, Dame van de Wind.

Notre Dame du Vent
Deze kerk is in 1960 uit eigen zak gefinancierd door een priester die op het eiland werkte. Toen de laatste priester het eiland verliet, schonk hij de kerk aan de Franse overheid op één voorwaarde: het moest altijd een heilig gebouw blijven voor alle geloven. Nu komt er eens per jaar, in december, een militaire priester mee aan boord van de Marion Dufresne, die hier een mis opdraagt.
In de kerk zijn gedenkstenen voor mensen die hier getrouwd zijn, maar ook voor mensen die hier om het leven zijn gekomen, vaak door een ongeluk. De lichamen zijn allemaal teruggegaan naar Frankrijk, op 2 na. Die van een Duitse marinier en een zeeman uit het Midden-Oosten zijn begraven op het eiland zelf. Het bijzondere aan dit laatste graf is dat het naar Mekka gekeerd ligt.

De hutten
In het verleden stonden er op het eiland her en der wat hutten zodat de inwoners, als ze even tot zichzelf wilde komen, een paar dagen in zo'n hut konden gaan wonen. Tegenwoordig is er geen boot meer op het eiland waar ze de afgelegen hutten mee kunnen bereiken. Om bij de paar hutten die nog bereikbaar zijn te komen, moet je dagen lopen, of wachten tot de Marion Dufresne in de buurt is met de helikopter.

Het walvisstation
Niet lang nadat de Kerguelen ontdekt werden in 1772 arriveerden de eerste walvisjagers al op de eilanden. Vooral tegen het einde van de 19e eeuw was er een zeer grote vraag naar walvisolie vanuit de VS, die dit gebruikte om de steden te verlichten. Maar ook het vlees en de botten werden gebruikt en verwerkt tot veevoer. De twee Franse broers Boissiere dachten een gat in de markt te hebben gevonden en begonnen een walvisstation op het eiland. Vanaf een schip werden de walvissen gedood en vervolgens aan wal gebracht om daar te worden verwerkt. Maar de broertjes verkeken zich compleet op de heftige omstandigheden van de Kerguelen. Ook kwamen er schepen die het hele verwerkingsproces op zee konden doen, en het station werd al snel overbodig. Het duurde dan ook niet lang voor de broers failliet gingen. Toen het station haar deuren moest sluiten zijn de broers gewoon vertrokken en hebben letterlijk de boel de boel gelaten.
Tegenwoordig kun je het walvisstation bezoeken en de Franse overheid heeft plannen om delen van het station te gaan restaureren. Een deel van het walvisstation is zelfs al gerestaureerd tot een klein museum. Veel bezoekers zal het niet trekken, want afgezien van de bewoners van het eiland en het handjevol toeristen dat eens in de 3 maanden langs komt, kan hier niemand komen. Ondanks dat het een lugubere plek is, is het voor het historisch belang wel goed dat ze behouden wordt.


De Koningspinguïn
De pinguïnsoort die op de Kerguelen voorkomt is de Koningspinguïn. Op de Keizerspinguïn na is dit de grootste pinguïnsoort ter wereld en hij komt op bijna elk sub-Antarctisch eiland voor. Hun aantal wordt geschat op meer dan een miljoen. Omdat de dieren hier op geen enkele manier bedreigd worden door de mens, kun je zonder enig probleem zo dichtbij komen. n deze winterperiode zijn hier zo’n 100.000 pinguins, waarvan het grootste deel uit de bruine jongen bestaat. Als in de zomermaanden hun ouders weer terug zijn van de voedseljacht, dan zijn het er twee tot drie keer zoveel.

De zeeolifant
Zeeolifanten horen tot de grootste zoogdieren ter wereld. Een mannetje kan zo'n 4,5 meter groot worden en tot vier duizend kilogram wegen. Een vrouwtje is een stuk kleiner, zij kan namelijk zo'n 2,8 meter groot worden en weegt rond de 900 kilogram. Bij de geboorte weegt een zeeolifantje maar 46 kilogram.

(advertentie)